Een vergeten beschaving: hoe de islam Europa mede vormde
Verslag van de themaavond van 14 juni 2026 in Moskee Annour, Den Haag, met sprekers Shaykh Ilyas el Yousfi, Ustaadh Ibrahim Sbaa en Joram van Klaveren.
Op een gezegende avond in Moskee Annour stond één vraag centraal: hadden de moslims werkelijk een blijvende invloed op de westerse beschaving, of stonden zij slechts aan de zijlijn van de geschiedenis? Drie sprekers namen de aanwezigen, en de kijkers thuis, mee langs eeuwen van geschiedenis die in onze schoolboeken vrijwel ontbreekt. Wat zij schetsten, is geen vrijblijvend verleden, maar een verhaal dat raakt aan identiteit, zelfvertrouwen en de vraag hoe wij vandaag verder bouwen.
Drie manieren van kijken
Aan het begin van de avond schetste Shaykh Ilyas drie houdingen die mensen vandaag innemen tegenover de bijdrage van de islam aan de wetenschap.
De eerste is die van de ontkenners: religie zou niets te maken hebben met wetenschap, vooruitgang of technologie, en de islam dus ook niet. De tweede is die van de minimalisten, vandaag de dag terug te vinden bij veel oriëntalisten en academici: moslims waren wel geleerd, maar slechts doorgeefluiken. Zij zouden de Griekse, Indische en andere erfgoederen enkel hebben vertaald en aan Europa hebben doorgegeven.
De waarheid, zo betoogden de sprekers, ligt elders. Moslims waren geen brug waar kennis alleen overheen liep, maar een werkplaats waarin kennis werd geproduceerd. Zij waren juristen, critici, wetenschappers, schrijvers, vernieuwers en bouwers. Het geleerde werd getoetst, verbeterd en opnieuw vormgegeven, en bereikte Europa via Andalusië, Sicilië, de handel, de kruistochten, de universiteiten en de vertalingen.
Als symbool van die actieve houding noemde Shaykh Ilyas een opvallend nieuwsbericht van die week: de Saoedische erfgoedautoriteit maakte bekend dat er een rotsinscriptie was gevonden met de naam van Omar ibn al-Khattab, de tweede rechtgeleide kalief. Hoewel er talloze bewijzen zijn voor zijn bestaan, hechten bepaalde westerse methodes pas waarde aan een feit wanneer het in steen gegraveerd is teruggevonden, en juist daarin schuilt de betekenis van zo’n vondst.
De wortel van het concept: ‘imarat al Ard
Waarom ontstond er in de islamitische wereld zo’n krachtige beweging naar kennis, arbeid en ordening? Shaykh Ilyas wees op een fundamenteel begrip: ‘Imarat al Ard, het opbouwen en bewonen van de aarde. De mens is niet alleen geroepen om te aanbidden, maar ook om de aarde verantwoord te bewerken, te beschermen en tot bloei te brengen, met kennis, rechtvaardigheid, arbeid en schoonheid. Het is een opdracht die innoveren en ontwikkelen tot een vorm van toewijding maakt. Onze voorouders dachten dag en nacht na over wetenschap om de toekomst van de mensheid vooruit te helpen; werken en bidden alleen was nooit het hele verhaal.
Waarom kennen we dit verhaal niet?
De meest indringende vraag van de avond stelde Ustaadh Ibrahim: als dit alles waar is, waarom weten wij er dan zo weinig van? Waarom staat het niet in onze boeken, waarom wordt het op scholen niet onderwezen?
De feiten zijn er nochtans wel. Acht eeuwen islam op het Iberisch schiereiland (711–1492). Meer dan vierduizend Spaanse woorden die herleidbaar zijn tot het Arabisch. Steden als Cordoba, Sevilla, Granada en Toledo die fundamenteel waren voor de verspreiding van kennis in Europa. Ruim twee eeuwen islamitisch bestuur op Sicilië (827–1091), de brug tussen de islamitische wereld en christelijk Europa. En eeuwenlange Ottomaanse aanwezigheid in de Balkan (1354–1912), met steden als Belgrado en Sofia die ooit honderden moskeeën telden. Samen meer dan duizend jaar islamitische beschaving in Europa — niet in één regio, maar verspreid over het continent.
Toch wordt al-Andalus zelden behandeld als een hoofdstuk; meestal als een voetnoot. Ustaadh Ibrahim noemde twee belangrijke oorzaken.
Het nationalisme. De meeste schoolboeken die wij vandaag gebruiken, stammen uit de negentiende eeuw — de eeuw waarin de moderne natiestaten ontstonden. Toen oude rijken uiteenvielen, gingen jonge staten op zoek naar een eigen nationale identiteit, en daarbij hoorde een nieuw geschreven geschiedenis. In Nederland kregen Willem van Oranje, Rembrandt en Van Gogh een vaste plaats; in Spanje werd het verhaal gebouwd rond de Reconquista, de katholieke herovering. Wat niet in dat nationale verhaal paste — zoals eeuwen moslims op Europese bodem — werd weggefilterd.
Het oriëntalisme. Veel westerse denkers reisden naar de moslimwereld, leerden Arabisch en gingen er wonen, vaak met het doel die wereld in kaart te brengen voor andere belangen. De islam werd zo neergezet als iets “oosters”, vreemd en anders: irrationeel, achterlijk, traditioneel. De Palestijns-Amerikaanse denker Edward Said ontleedde dit mechanisme; zijn werk Oriëntalisme is geen makkelijke, maar wel een verhelderende lectuur.
Snouck Hurgronje: kennis in dienst van de macht
Als treffend voorbeeld behandelde Ustaadh Ibrahim de Nederlandse oriëntalist Christiaan Snouck Hurgronje (1857–1936), verbonden aan de Universiteit Leiden. Snouck beheerste het Arabisch, reisde naar Mekka en bekeerde zich naar verluidt tot de islam. Uit zijn tijd stammen enkele van de oudste foto’s van Mekka.
Maar zijn aanwezigheid daar had ook een ander doel. Nederland had Indonesië grotendeels gekoloniseerd en vreesde dat Indonesische pelgrims in Mekka in contact zouden komen met het pan-islamitische verzet elders in de wereld. Snouck hield hen mede in de gaten. Als koloniaal adviseur stelde hij rapporten op over de stammen, de geleerden en de onderlinge verschillen in Indonesië — kennis die actief werd ingezet om gemeenschappen te beheersen en verzet te breken. Het roept een ongemakkelijke vraag op: hoe betrouwbaar zijn boeken en onderzoeken die onder zulke omstandigheden tot stand kwamen?
Wanneer geschiedenis een wapen wordt
Ustaadh Ibrahim toonde ook de keerzijde van een eenzijdig verteld verleden. Op het wapen van de terrorist die in 2019 in Nieuw-Zeeland twee moskeeën binnenviel, stond onder meer “732 Tours” geschreven: een verwijzing naar de slag waarin Karel Martel de moslims tegenhield. Voor de dader was dat het moment waarop “de moslims werden gestopt”, en hij vertaalde dat naar zijn eigen daad. Het laat zien hoe gevaarlijk het is wanneer mensen leren dat moslims geen deel uitmaken van de Europese geschiedenis, maar enkel indringers en buitenstaanders zijn — terwijl moslims, joden en christenen in Spanje en de Balkan juist eeuwenlang buren van elkaar waren.
Islam in het hart van Europa
Joram van Klaveren, die zelf de weg van politicus naar moslim aflegde, bouwde voort op deze inleiding met een reeks vergeten verhalen. Hij opende met Michael Hart, een niet-religieuze auteur die in de jaren zeventig een lijst samenstelde van de honderd meest invloedrijke mensen aller tijden, en de Profeet Mohammed ﷺ op de eerste plaats zette, omdat van hem uiteindelijk de inspiratie uitging voor wereldrijken, wetenschap, bestuur en bestuurskunst die na hem kwamen.
Vervolgens nam Joram de zaal mee langs verrassende sporen:
- Cyprus, 647. Nog geen vijftien jaar na het overlijden van de Profeet ﷺ kwamen moslims al naar Europa. Eeuwenlang bleef deze geschiedenis verborgen, tot de Ottomanen de graven van die eerste aankomers opnieuw markeerden.
- Gibraltar, 711. De naam komt van Jabal Tariq, de berg van Tariq. Hier traden de moslims al-Andalus binnen, in een tijd waarin grote delen van Europa nog niet eens christelijk waren. Er zijn zelfs brieven gevonden van christelijke koningen die, te midden van interne chaos, moslims vanuit Noord-Afrika om hulp vroegen.
- De oudste definitie van “Europeaan”. In een kroniek uit 754 — aangehaald in Travelling Home van sheikh Abdal-Hakim Murad — vraagt een soldaat tegen wie zij ooit vochten. Het antwoord: tegen “de legers van Mohammed”. En wie waren zij zelf? “Europeanen.” En wat is dat? “Niet-moslim.” De vroegste keer dat Europa zichzelf definieert, doet het dat dus in contrast met de moslim.
- De croissant. Volgens een bekend verhaal bakten Weense bakkers na de slag bij Wenen (1683) een broodje in de vorm van de halve maan, het symbool van de Ottomaanse vijand, om het te “verslinden”. Via een Franse prinses kwam de croissant in Parijs terecht. Een culinair spoor, al is dit verhaal historisch omstreden, dat de diepe verwevenheid van islam en Europa illustreert.
- Wapenschilden. In de heraldiek van diverse gemeenten in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk komt de merlette voor: een eendje zonder poten en snavel. Dit symbool werd toegekend aan families die meevochten in de kruistochten tegen de moslims.
Een moslim die New York mee opbouwde
Een van de meest opmerkelijke verhalen ging over Anthony Janszoon van Salee, een half-Marokkaanse, half-Nederlandse man die werd bijgenaamd “de Turk”. Zijn vader, de kaapvaarder Jan Janszoon, belandde in Noord-Afrika, werd moslim en nam de naam Murad aan. Anthony zelf vestigde zich in Nieuw-Amsterdam, het latere New York, waar hij, ondanks tegenwerking omdat hij geen christen was, grond verwierf en ontwikkelde. Een van de gebieden die hij ontwikkelde, vernoemd naar het Nederlandse Breukelen, kennen wij vandaag als Brooklyn. Hij bracht ook de oudste Koran die ooit naar de Amerika’s reisde, en onder zijn nakomelingen bevinden zich invloedrijke Amerikaanse families. De moslim verschijnt hier niet als slaaf of als tragisch figuur, maar als een welvarende, zelfbewuste bouwer.
Nederland, de Ottomanen en “Liever Turks dan Paaps”
Ook de Nederlandse vrijheidsstrijd kent een islamitisch hoofdstuk. Willem van Oranje, die besefte dat hij de strijd tegen het machtige Spanje niet alleen kon winnen, schreef de Ottomaanse sultan om steun. De sultan voerde druk uit op Spanje in de Middellandse Zee, waardoor Spaanse troepen elders moesten worden teruggetrokken. De vroegste Nederlandse soldaten, de watergeuzen, droegen Ottomaanse symbolen, een halve maan op hun muts, halvemaanvlaggen op hun schepen, en de strijdkreet “Liever Turks dan Paaps” vatte hun voorkeur samen: liever een moslim dan een katholiek onder Spaans gezag. Zonder de hulp van de moslims, zo stelde Joram, had Nederland er heel anders uitgezien.
Recht, bestuur en het hart van het Westen
Joram wees nog op enkele structurele sporen:
- De Code Napoléon: het burgerlijk wetboek dat Napoleon na zijn expeditie naar Egypte (1798) meenam en over grote delen van Europa verspreidde, vertoont volgens de spreker sterke verwantschap met de Maliki-rechtsleer, met name op het gebied van koop, verkoop en erfrecht.
- Het jurysysteem, dat via Sicilië en Engeland naar de hele Angelsaksische wereld reisde, gaat volgens hem terug op een vergelijkbaar Maliki-principe van wijze, betrouwbare getuigen.
- Madrid, de hoofdstad van Spanje, heette oorspronkelijk Majrit en werd gesticht door een islamitische emir.
- In de koepel van het Amerikaanse Capitool, het hart van de Amerikaanse democratie, staat tussen de pijlers van de westerse beschaving een afbeelding met het opschrift “Islam”, verbonden aan natuurkunde en vooruitgang. De founding fathers gaven daarmee krediet waar krediet toekwam.
Tot in Zuid-Afrika
Tot slot vertelde Joram over Tuan Guru, een Indonesische verzetsheld, prins en hafiz, die door de Nederlanders werd verbannen naar Robben Eiland, datzelfde eiland waar later Nelson Mandela gevangen zat. Daar schreef Tuan Guru de Koran volledig uit het hoofd op; dit is de oudste Koran van Zuid-Afrika. Na zijn vrijlating stichtte hij de oudste moskee van het land. Zo droegen de Nederlanders, zonder het te willen, bij aan de verspreiding van de islam, ook hier opnieuw via een hooggeleerd, waardig figuur.
Een beschaving als systeem
In het tweede deel keerde Shaykh Ilyas terug naar de vraag wat die beschaving nu eigenlijk zo bijzonder maakte. Het antwoord: het was geen verzameling losse hoogtepunten, maar een samenhangend systeem. Steden als Kufa, Basra, Bagdad, Fes, Cairo, Cordoba en Granada kenden doordachte stadsplanning, met wegen, watervoorziening en markten. In Cordoba brandden rond het jaar 1000 al straatlantaarns en lagen er rioleringen, voorzieningen die hier in Nederland pas in de vorige eeuw gemeengoed werden.
Daarnaast waren er scholen, universiteiten, bibliotheken en ziekenhuizen. De waterliften van al-Andalus, zoals die het Alhambra van water voorzagen, waren zo geavanceerd dat de Spaanse vorsten na 1492 enkele moslimingenieurs in dienst hielden om de irrigatie draaiende te houden.
Shaykh Ilyas wees ook op de juridische verfijning binnen de Maliki-school, met haar gezaghebbende tradities: de amal (gevestigde rechtspraktijk) van Kairouan, van Cordoba, van Nekkour (Rif) en later van Fes, waar latere juristen telkens naar terugverwezen.
Wetenschap die Europa vormde
De avond bevatte een rijke galerij van geleerden wier werk diep doorwerkte in Europa:
- Ibn al-Haytham, wiens onderzoek naar licht, zicht en reflectie de basis legde voor de optica. Hij onderzocht het principe van de donkere kamer, in het Arabisch al-qumra, de oorsprong van ons woord camera.
- Ibn Sina (Avicenna), wiens Canon van de geneeskunde eeuwenlang het standaardwerk was aan Europese medische faculteiten, niet alleen om de inhoud, maar om de ordening, de diagnose, de behandeling en de onderwijsbaarheid.
- Al-Zahrawi, een van de grootste chirurgen, wiens werk de medische instrumenten nauwkeurig in tekeningen vastlegde en de Europese chirurgie tot in de renaissance beïnvloedde.
- Ibn al-Nafis, die de longcirculatie van het bloed beschreef en daarmee oudere Europese opvattingen corrigeerde, een bewijs dat de islamitische geneeskunde niet alleen overleverde, maar ook kritiseerde en produceerde.
- Ibn Rushd (Averroës), filosoof én rechter, wiens Bidayat al-Mujtahid nog altijd wordt bestudeerd in de vergelijkende fiqh, en wiens commentaren op Aristoteles het Latijnse intellectuele leven diepgaand vormden.
- Al-Biruni, grondlegger van nauwkeurige observatie in astronomie, geografie en vergelijkende cultuurstudie.
- Al-Khwarizmi, wiens naam voortleeft in het woord algoritme en wiens werk onlosmakelijk verbonden is met de algebra.
Bijzonder was ook de aandacht voor de bimaristan, het islamitische ziekenhuis. Dat combineerde behandeling, opleiding, administratie en liefdadigheid, gefinancierd uit waqf en sadaqa. Er was zelfs een vroege vorm van geestelijke gezondheidszorg: mensen kwamen bij de zieken om met hen te spreken, voor hen te zingen, verhalen en poëzie te vertellen, een opmerkelijke parallel met de geestelijke verzorging van vandaag.
En ook de literatuur reisde mee: Hayy ibn Yaqzan van Ibn Tufayl, Kalila wa Dimna en Duizend-en-één-nacht beïnvloedden de Europese verbeelding en verteltechniek.
De taal van de wetenschap
Het Arabisch werd, zoals het Engels vandaag, eeuwenlang de taal van de wetenschap, het bestuur, de filosofie en het recht, niet alleen van Arabieren, maar van Perzen, Berbers, Koerden en moslims tot in Afghanistan en Pakistan. De aantrekkingskracht was zo groot dat Paulus Alvarus uit Cordoba klaagde dat christelijke jongeren liever Arabische boeken lazen dan het Latijn te onderhouden.
Dat erfgoed leeft voort in onze eigen taal. Ilyas liet een foto zien van de Oranjestraat achter zijn moskee in Den Haag en stelde de vraag: waar komt “Oranje” vandaan? Het antwoord verraste velen. Het woord gaat terug op het Arabische naranj, de bittere sinaasappel, via het Spaanse naranja naar het Franse orange. Zo draagt zelfs de naam van het Nederlandse koningshuis een Arabische wortel.
En er is meer: suiker, koffie, schaakmat (van shah mat, “de koning is overleden”), admiraal (van amir al-bahar), cijfer en zero (beide van sifr), safari, matras, masker, karavaan, tientallen alledaagse woorden dragen een Arabische geschiedenis met zich mee.
Recht dat tot vandaag doorwerkt
Ilyas onderbouwde de verwantschap tussen de Code Napoléon en de Maliki-fiqh met concrete voorbeelden, waarbij hij telkens een Frans wetsartikel naast de klassieke teksten legde:
- Geen terugwerkende kracht (artikel 2): de wet geldt alleen voor de toekomst, een beginsel dat ook in de Maliki-leer is verankerd.
- De rechter is geen wetgever (artikel 5): een rechterlijk oordeel in één zaak omvat niet automatisch elke vergelijkbare zaak, de scheiding tussen wetgeving en rechtspraak.
- De vermiste echtgenoot: na een vastgestelde periode van afwezigheid mag de erfenis worden verdeeld en mag de vrouw hertrouwen, een kwestie die in de fiqh expliciet wordt behandeld.
- Contracten onder dwang zijn niet zonder meer bindend.
- De koop komt tot stand zodra partijen het eens zijn over zaak en prijs, ook vóór levering en betaling.
Of men deze parallellen nu als rechtstreekse ontlening leest of als gedeelde rechtslogica: ze maken duidelijk dat grote delen van het Westen elementen van de sharia al kennen, vaak zonder het te beseffen.
De spiegel naar onszelf
Tijdens het slot en de vragenronde verschoof de blik van het verleden naar het heden. Want, zo benadrukten de sprekers, geschiedenis is geen slaaplied maar een wekker.
Beschaving is meer dan beton. Op de vraag hoe jongeren moeten omgaan met het beeld van de moslimwereld als “zwak” en “onontwikkeld”, klonk een belangrijk antwoord over het begrip hadara (beschaving). In het Westen wordt beschaving vaak gemeten in wolkenkrabbers, wegen en ziekenhuizen, terechte uitingen, maar niet de hele waarheid. Beschaving is óók normen en waarden: hoe mensen met elkaar omgaan, of gezinnen intact blijven, of een gemeenschap voortbestaat. De Profeet ﷺ liet in Medina nauwelijks gebouwen na, slechts een eenvoudige moskee van zand en palmstammen, maar wél een generatie die de wereld vulde met kennis en recht.
Niemand anders bepaalt wie jij bent. Joram, die zelf de etnische bezwaren tegen zijn bekering uit eigen ervaring kent, herinnerde eraan dat de islam een universele godsdienst is en dat moslims al deel uitmaakten van Nederland lang voordat het huidige politieke klimaat ontstond, getuige bijvoorbeeld een moskee in Amsterdam rond 1610, decennia vóór de Vrede van Münster. Wie zijn eigen geschiedenis niet kent, laat anderen bepalen wie hij is.
De kracht van lezen. Het eerste woord dat werd geopenbaard was iqra, lees, reciteer. De sprekers riepen op tot het herstel van een leescultuur, tot het systematisch en kritisch vergaren van kennis — religieus én werelds — en waarschuwden tegen “snackkennis”: een citaat hier, een filmpje daar. Echte kennis vraagt jaren van toegewijde studie. En kennis alleen volstaat niet; zij moet zichtbaar worden in goed gedrag, eerlijkheid, betrouwbaarheid, waarachtigheid en vrijgevigheid, want juist daarin ligt de opening voor de moslims.
Verschillen horen bij geleerden, niet bij de straat. Op de vraag hoe wij omgaan met de hedendaagse verdeeldheid over fiqh en geloofsleer, klonk een nuchtere les: meningsverschillen hebben er altijd bestaan, maar werden vroeger gevoerd tussen geleerden, met ethiek en respect, zonder schelden of zwartmaken. Vandaag is dat podium toegankelijk geworden voor iedereen, vaak zonder die ethiek, een teken, zo zeiden de geleerden, van onwetendheid eerder dan van kennis. Het advies: geef geen aandacht aan wie verdeeldheid zaait, en vergaar kennis zoals het hoort.
De vraag die blijft hangen
De islamitische beschaving gaf Europa niet alleen boeken, cijfers en instrumenten, maar ook manieren van denken over recht, samenleving en kennis. Maar het verleden is geen rustkussen. De juiste houding, zo besloten de sprekers, is dankbaarheid gecombineerd met blijvende studie, verantwoordelijkheid en dienstbaarheid aan de gemeenschap en de mensheid.
De vraag is niet alleen wat onze voorouders hebben gedaan. De vraag is: wat bouwen wij vandaag?
De volledige lezing is opgenomen en terug te kijken via het YouTube-kanaal van Moskee Annour, Den Haag. Wie zich verder wil verdiepen in de vergeten verhalen van islam in het Westen, kan terecht in het boek “Vergeten Verleden” van Joram van Klaveren, met daarin dertig korte verhalen en een uitgebreide bronnenlijst.